Een vaste achtergrond zoeken voor wind, water en gezicht

Voor Stoke fotografeer ik surfers vlak voordat ze het water op gaan en direct nadat ze terugkomen. Wat mij blijft raken, is wat er dan in een gezicht zichtbaar wordt. De inspanning, de kou, de spanning, maar ook de rust die daarna ontstaat. Alsof iemand even helemaal uit zijn hoofd is geweest en weer helder terugkomt.

Om dat goed te kunnen zien, merk ik dat de beelden rust nodig hebben. Minder afleiding, meer aandacht voor het gezicht. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een vaste achtergrond die ik op locatie kan gebruiken. Geen studio op het strand, maar een eenvoudige, verplaatsbare setting die overeind blijft tussen wind, zand en natte spullen.

De eerste stap was een stuk linnen. In de tuin hebben we proefjes gemaakt met kleur, laag over laag. Grijs, groen, diep blauw. Uiteindelijk kwam er een tint uit die ergens tussen donker water, lucht en zeil zit. Niet te mooi, niet te glad. Een achtergrond die niet roept, maar draagt.

Het doek zelf werkte niet meteen mee. De eerste verflaag liet los. Alles moest opnieuw. De achterkant werd de voorkant. Eerst wit, daarna opnieuw kleur. Precies zo’n omweg die hoort bij dit project. Alles moet buiten kunnen werken, maar het begint gewoon met verf aan je handen, linnen op de grond en uitproberen tot het klopt.

Nu bouw ik verder aan een licht aluminium frame waarin het doek gespannen kan worden. Licht genoeg om mee te nemen, stevig genoeg om aan het water te gebruiken. Het is een technische zoektocht, maar uiteindelijk gaat het daar niet over. Het gaat erom dat straks, vlak na een sessie, alle aandacht naar die blik kan gaan. Naar wat wind en water achterlaten in een mens.